Mijn

Kampeer uitrusting

The Old Veteran

Kamperen met de motor

Voorwoord

Kamperen met de motor is een vorm van licht kamperen waarbij je gebonden bent aan de beperkte bagageruimte van de motor. De hoeveelheid en het type uitrusting dat je meeneemt, wordt sterk beïnvloed door de manier waarop je reist: alleen of met z’n tweeën.

In het verleden deed ik beide. Tijdens ritten met vrienden rij ik altijd solo, terwijl langere vakanties vaak samen met mijn vrouw werden gemaakt. Deze keuze had directe gevolgen voor de uitrusting. Tegenwoordig rijd ik vrijwel altijd alleen, wat het kamperen eenvoudiger en efficiënter maakt.

Alleen reizen betekent minder materiaal en meer flexibiliteit bij het inpakken. Reizen met z’n tweeën vraagt om extra uitrusting, zoals twee slaapzakken, een grotere tent en meer kleding, terwijl de beschikbare bagageruimte juist beperkter is. Dit maakt een doordachte materiaalkeuze essentieel.

Vanuit deze ervaring geef ik in deze serie een overzicht van het kampeermateriaal dat ik momenteel gebruik. Deze uitrusting is niet in één keer aangeschaft, maar in de loop der jaren zorgvuldig samengesteld. Gemiddeld kampeer ik jaarlijks ongeveer acht weken, afwisselend met de caravan, kano of motor. Voor wie minder vaak kampeert of uitsluitend bij gunstige weersomstandigheden reist, zijn er uiteraard betaalbare en eenvoudiger alternatieven die prima voldoen.

Bagageperikelen onderweg

Bagagemogelijkheden zijn er tegenwoordig in overvloed. Zoveel zelfs, dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Tijdens de voorbereiding van mijn één van mijn reizen naar Noorwegen merkte ik opnieuw hoe belangrijk het is om vooraf goed na te denken over wat je meeneemt en vooral hóé je het meeneemt.

Want eerlijk is eerlijk: ik ga op motorvakantie en ik neem mee… klinkt leuker dan het in de praktijk soms is. Van een slaapzak tot een foto toestel, alles moet een plek krijgen. En dat terwijl je motor lekker moet blijven rijden, ook op lange dagen.

Waar ga je naartoe en hoe reis je?

Voor mij begint alles met één simpele vraag: wat voor reis ga ik maken?
Een paar dagen weg met vrienden, overnachten in hotels of hostels, vraagt om een totaal andere bagageopstelling dan een wekenlange roadtrip waarbij ik zoveel mogelijk buiten slaap, ergens in de natuur, in een klein tentje.

Voor Noorwegen wist ik één ding zeker: ik wilde volledig zelfvoorzienend zijn. Dat betekent meer spullen, maar óók slimme keuzes. Want hoe minder ballast, hoe fijner het rijden wordt.

Elke motor kan bagage dragen

Of je nu op een BMW GS rijdt of op een sportmotor, voor elke motor is een oplossing te bedenken. Natuurlijk hebben allroad-rijders het wat makkelijker met het aanbod aan bagagesystemen, maar ook voor sportmotoren zijn er verrassend goede opties. Soms is een beetje creativiteit alles wat je nodig hebt. Met een klein stukje maatwerk of een aangepast rek creëer je ineens veel meer mogelijkheden, zonder schade aan kuipdelen of frame en vaak ook nog redelijk betaalbaar.

Harde koffers of tassen?

Ik heb met beide systemen gereden en eerlijk gezegd blijft het een persoonlijke afweging.

Harde koffers geven op het eerste gezicht een veilig en robuust gevoel. Ze zijn afsluitbaar en bieden structuur, maar brengen ook extra gewicht met zich mee. Tijdens het reizen is een valpartij geen ondenkbaar scenario en in zo’n geval is schade aan koffers, bevestigingspunten of zelfs de motor snel gemaakt. Daarnaast is het risico op beenletsel bij een val met harde koffers aanzienlijk groter dan bij zachte tassen, iets wat ik inmiddels uit eigen ervaring heb geleerd.

Zijtassen ogen misschien minder stevig, maar juist daarin schuilt hun kracht. Ze veren mee bij een impact, vangen een groot deel van de klap op en blijven vaak verrassend goed intact. Bovendien zijn ze aanzienlijk lichter, wat het rijcomfort ten goede komt. Een nadeel is dat zijtassen doorgaans minder goed afsluitbaar zijn, al bieden fabrikanten tegenwoordig slimme oplossingen zoals kleine hangsloten en speciale steal straps voor motortassen.

Zelf rijd ik tegenwoordig naar volle tevredenheid met de Givi Gravel-T motortassen. Deze tassen zijn robuust, bieden veel opbergruimte en zijn voorzien van een uitneembare, volledig waterdichte binnentas. Daarmee is mijn bagage onder alle omstandigheden goed beschermd tegen weer en wind.

Rijden met bagage: minder spannend dan je denkt

Veel mensen denken dat rijden met bagage meteen ten koste gaat van het rijplezier. Maar motoren zijn ontworpen om met een passagier te rijden. In vergelijking daarmee stelt een lichtgewicht bagageset eigenlijk weinig voor.

Het is even wennen, dat zeker. Maar zolang je:

  • het zware spul dicht bij het zwaartepunt plaatst
  • links en rechts het gewicht goed verdeelt
  • en zorgt dat alles stevig vastzit

blijft je motor verrassend prettig sturen.

De tent – mijn ervaringen en keuzes

 

Weinig kampeeronderwerpen zorgen voor zoveel discussie als de tent. Er zijn talloze modellen verkrijgbaar, in verschillende prijsklassen en materialen. En wie ik ook tegenkom: iedereen is ervan overtuigd dat zijn of haar tent de beste is. Dat geldt voor mij net zo goed.

Mijn kampeeravonturen begonnen met een vrij grote nylon tent. Ik heb er heel wat fietstochten mee gemaakt, totdat tijdens een reis een tentstok brak en dwars door het doek heen ging. Daarmee was die tent direct afgeschreven.

Van nylon naar katoen

Daarna stapte ik over op een lichtgewicht katoenen tent, en die heeft mij jarenlang uitstekend gediend. De tent had een ruime voortent waarin ik bij slecht weer comfortabel met z’n tweeën kon zitten en koken. De slaapruimte was precies groot genoeg en al mijn bagage paste in de voortent, inclusief mijn B.O.B.-trailer, die omgedraaid prima als tafeltje dienstdeed. Deze tent heb ik letterlijk tot op de draad versleten.

Met een gemiddeld gewicht van ongeveer zeven kilo was de tent niet extreem licht, maar ook zeker niet onhandig voor gebruik op de fiets of op de motor. Voor mij was het duidelijk: er moest opnieuw een lichtgewicht katoenen tent komen.

Gewicht: vertrouw de fabrikant niet blind

Mijn eerdere Esvo Piaut bleek helaas niet meer leverbaar, dus ging ik op zoek naar een vergelijkbaar alternatief. Dat vond ik uiteindelijk via Marktplaats. Tijdens mijn eerste buitenlandse fietstocht met deze tent merkte ik echter dat het klimmen in de bergen ineens een stuk zwaarder ging. In eerste instantie stond ik daar niet bij stil, maar eenmaal thuis heb ik mijn volledige uitrusting gewogen.

Toen werd het duidelijk: de nieuwe tent woog maar liefst twaalf kilo. Dat is simpelweg te zwaar voor gebruik op de fiets. Dit was voor mij het moment om niet alleen de tent, maar mijn hele uitrusting kritisch onder de loep te nemen.

De moraal van dit verhaal is simpel: geloof niet blind het gewicht dat de fabrikant opgeeft. Laat de tent van je keuze altijd wegen, zodat je zeker weet wat je daadwerkelijk meeneemt. In mijn geval zat er ruim vier kilo verschil tussen het opgegeven en het werkelijke gewicht.

Tentmateriaal in de praktijk

Het materiaal van een tent bepaalt voor een groot deel het comfort en het gebruiksgemak.

Lichtgewicht katoen vind ik zeer comfortabel. Het doek blijft van binnen droog, condensvorming is minimaal en na een stevige regenbui droogt de tent redelijk snel. Nat inpakken kan, al merk je direct dat het gewicht dan flink toeneemt.

Nylon tenten zijn relatief goedkoop, maar ook kwetsbaar. Ze condenseren sterk in de nacht en ventileren vaak matig, waardoor de tent bij het opruimen vrijwel altijd van binnen nat is. Voor mijn manier van kamperen is nylon daarom geen optie.

Ripstop nylon vormt voor mij een goede middenweg. Deze tenten zijn licht en sterk, en scheuren niet verder wanneer het doek beschadigd raakt. Na een nacht is er wel condens aanwezig, maar door goed te ventileren is dit prima te beperken. De tent is snel droog en kan zonder problemen nat worden ingepakt om onderweg weer te drogen.

Bij mijn tent kan ik eerst de buitentent opzetten, zodat de binnentent bij regen droog blijft. Bij het afbreken breek ik de buitentent als laatste af, waardoor alles netjes droog kan worden ingepakt.

Let op bij zon en spanning

Een belangrijk aandachtspunt bij nylon- en ripstop nylon tenten is zonbelasting. Laat ik de tent overdag staan, dan haal ik altijd wat spanning van het tentdoek. In de zon krimpt het materiaal snel en komt er te veel spanning op de tentstokken te staan, met het risico dat deze breken. Zodra het afkoelt, span ik de tent weer op.

Bij goede tenten zitten bij de stokpunten verstelbare straps waarmee je eenvoudig de spanning kunt lossen of aantrekken. Dat lijkt een detail, maar in de praktijk maakt het een groot verschil.

De juiste tent maakt het verschil

Na jaren kamperen is één ding voor mij glashelder geworden: dé perfecte tent bestaat niet. Wat wél bestaat, is de tent die past bij jouw manier van reizen. Alleen of samen, licht en compact of juist ruim en comfortabel, korte trips of lange reizen, elke keuze heeft consequenties.

Mijn ervaringen met tenten als de MSR Hubba Hubba, de Eureka Bighorn S.U.L. en uiteindelijk de Lone Rider ADV Tent laten zien hoe belangrijk het is om vooraf goed na te denken over wat je echt nodig hebt. Gewicht, pakvolume, leefruimte, weerbestendigheid en gebruiksgemak zijn minstens zo belangrijk als merk of reputatie. Daarbij heb ik geleerd om specificaties van fabrikanten altijd met een gezonde dosis scepsis te bekijken en zelf te testen in de praktijk.

De overstap naar de Lone Rider ADV Tent voelt voor mij als een logische volgende stap. Het concept is doordacht, de tent is robuust, praktisch en duidelijk ontworpen door mensen die zelf reizen maken. De extra leefruimte, slimme details en solide materiaal maken hem tot een uitstekende keuze voor motorkamperen onder wisselende omstandigheden. Dat hij bovendien betaalbaar blijft binnen het segment van lichtgewicht tenten, is een prettige bonus.

Kamperen draait uiteindelijk niet alleen om spullen, maar om comfort, vertrouwen en plezier onderweg. Een goede nachtrust, een droge plek om te schuilen en de mogelijkheid om ook bij slecht weer ontspannen te blijven, maken het verschil tussen afzien en genieten.

Of zoals ik het zelf graag samenvat:

“Er bestaat geen slecht weer, alleen een verkeerde uitrusting.”

Met de juiste tent, een doordachte slaap set en een paar simpele praktische oplossingen wordt kamperen met de motor niet alleen haalbaar, maar vooral ontzettend leuk, ongeacht het weer of de bestemming.

Goed slapen is geen luxe, maar noodzaak

Na jarenlang kamperen met verschillende soorten slaapmatjes ben ik tot één duidelijke conclusie gekomen: een goede nachtrust bepaalt voor een groot deel hoe je reis verloopt. Zeker wanneer je meerdere dagen of weken onderweg bent met de motor, fiets of kajak is slapen geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van je uitrusting.

De ontwikkeling van slaapmatjes heeft enorme stappen gezet. Waar je vroeger moest kiezen tussen groot en zwaar, of licht en oncomfortabel, is die tegenstelling vandaag de dag grotendeels verdwenen. Moderne matjes bieden uitstekende isolatie, verrassend veel comfort en nemen nauwelijks ruimte in.

Mijn ervaringen met zowel de Therm-A-Rest NeoAir als de Exped SynMat UL 7 laten zien dat specificaties op papier niet alles zeggen. Comfort, stabiliteit, gebruiksgemak én betrouwbaarheid in de praktijk zijn minstens zo belangrijk. De Exped scoort hoog op ligcomfort en bedieningsgemak, maar heeft mij uiteindelijk in de steek gelaten door structurele problemen met de verlijming. Hoe goed de garantie ook geregeld is, een falend matje midden in een reis wil je simpelweg niet meemaken.

De NeoAir heeft zich daarentegen bewezen onder uiteenlopende omstandigheden, van winterse kou in Zweden tot natte kajaktochten in Schotland en fietsvakanties in Nederland. Hij is licht, compact, uitstekend isolerend en betrouwbaar. Dat hij handmatig opgeblazen moet worden neem ik voor lief, want eenmaal liggend levert hij precies wat ik nodig heb: warmte, comfort en een goede nachtrust.

Uiteindelijk geldt ook hier: de beste slaapmat is degene waarop jij uitgerust wakker wordt, dag na dag. Voor mij is dat opnieuw de NeoAir geworden, dit keer in een bredere uitvoering, en daarmee sluit ik het slaapmatjeshoofdstuk voorlopig af.

Want hoe mooi de route ook is, alles begint met goed slapen.

De juiste slaapzak is een bewuste keuze

Na alle discussies, meningen en technische specificaties blijft er voor mij één waarheid overeind: de beste slaapzak is degene die past bij jouw manier van reizen. Dons of synthetisch, lichtgewicht of extra warm, compact of juist iets ruimer, elke keuze is een compromis tussen comfort, gewicht, volume en gebruiksomstandigheden. 

Voor iemand die, net als ik, een groot deel van het jaar kampeert, is een slaapzak met een hoge isolatiewaarde geen overbodige luxe. Ja, hij is iets zwaarder en volumineuzer, maar dat weegt niet op tegen het comfort van warm en uitgerust wakker worden. Zeker wanneer de temperaturen ’s nachts richting het vriespunt gaan, wil je niet hoeven twijfelen aan je uitrusting. 

Mijn keuze voor een synthetische Ajungilak 3 Seasons heeft zich in de praktijk ruimschoots bewezen. Betrouwbaar, veelzijdig en inzetbaar van het vroege voorjaar tot diep in het najaar. Dat ik hem bij warm weer eenvoudig kan openen of als deken kan gebruiken, maakt hem extra flexibel. In combinatie met een mummiemodel en eventueel een lakenzak kan ik de warmte bovendien eenvoudig aanpassen aan de omstandigheden. 

Net als bij tent en slaapmat geldt ook hier: goed slapen is geen luxe, maar een voorwaarde om te kunnen genieten van het reizen. Een slaapzak moet je vertrouwen geven, onder alle omstandigheden. Voor mij doet deze dat, nacht na nacht, kilometer na kilometer. 

En uiteindelijk is dat waar het om draait: uitgerust wakker worden, klaar voor weer een nieuwe dag onderweg.