Noorwegen  2022

Het land met de vele watervallen.
Het land met de vele tunnels.
Het land met de vele verschillende landschappen.
Het land met de vele bochtige wegen.
Het land met de vele veerbootjes.
Het land voor de motorrijders

Land van de onbegrensde mogelijkheden.

Voorwoord

Na een door corona beperkt 2021 kunnen we eindelijk weer vooruitkijken naar nieuwe avonturen en mooie perspectieven voor onze motorvakanties. Dit jaar hebben we iets bijzonders in het vizier: een rondreis door het adembenemende Zuidwest-Noorwegen, het land van fjorden, watervallen en ruige natuur. De voorbereidingen zijn inmiddels in volle gang en de boot is geboekt. Vanaf 22 april 2022 vaart de Holland Norway Lines drie keer per week van Eemshaven naar Kristiansand en terug, een goede start van onze reis.

Ons plan is om twee weken lang optimaal te genieten van deze unieke route. We kiezen bewust voor flexibiliteit: kamperen op campings waar het kan, wildkamperen waar het mag en de omgeving erom vraagt. Ook koken we grotendeels zelf.

Niet alleen om het budget in toom te houden, maar vooral omdat het deel uitmaakt van het avontuurlijke buitenleven dat Noorwegen zo aantrekkelijk maakt. Hoewel het land misschien niet bekendstaat om verfijnde gastronomie, is het des te rijker aan outdoor beleving en natuurlijke schoonheid.

We hebben een lijst opgesteld met bezienswaardigheden die we graag willen bekijken, al weten we dat we nooit alles kunnen afvinken en dat hoeft ook niet. Twee hoogtepunten staan echter met stip bovenaan: de wereldberoemde Preikestolen en de iconische Trollstigen. Met deze indrukwekkende locaties én de majestueuze Noorse landschappen als decor, zijn we ervan overtuigd dat deze motorreis er één wordt om nooit te vergeten.

Motorreis Noorwegen

Route, Overnachtingen en Eerste Indrukken

Het plan

Onze route begint in Kristiansand, waar we na de overtocht meteen koers zetten richting de indrukwekkende Preikestolen. Vanaf dit eerste hoogtepunt reizen we verder noordwaarts, richting de Jostedalbreen. Als de tijd aan onze kant staat, willen we daarnaast ook Bergen bezoeken, het Geirangerfjord ontdekken en natuurlijk de iconische Trollstigen bedwingen. De wereldberoemde Atlantic Road mag daarbij zeker niet ontbreken voordat we weer langzaam afzakken naar het zuiden.

Ons schema staat echter verre van vast. We laten bewust ruimte voor spontane omwegen en onverwachte ontdekkingen. Het enige dat écht vaststaat, is de retourtijd van de boot. Voor we opnieuw Kristiansand binnenrijden, willen we ook graag Borgund bezoeken om een van de mooiste Noorse staafkerken met eigen ogen te aanschouwen.

Als afsluiter lonkt een tocht dwars door het ruige landschap van de Hardangervidda, een natuurgebied dat zeker de moeite waard is om in alle rust doorheen te cruisen. Door niet vast te houden aan een strak reisschema, behouden we de vrijheid om langer te blijven op plekken die ons betoveren, of juist door te rijden als het avontuur verderop lonkt. Zo hopen we optimaal te genieten van alles wat Noorwegen te bieden heeft.

Overnachten

Tijdens onze motorreis willen we zoveel mogelijk kamperen, zowel op campings als in de vrije natuur. Noorwegen beschikt over een ruim aanbod aan campings, maar het wildkamperen geeft ons dat extra gevoel van vrijheid dat perfect past bij een motorvakantie.

Wildkamperen is in Noorwegen, net als in Zweden, Finland, IJsland en Schotland, toegestaan dankzij het eeuwenoude allemansrecht, in Noorwegen bekend als allemansretten. Dit recht geeft iedereen de mogelijkheid om zich vrij door de natuur te bewegen en er te overnachten, ongeacht wie het land bezit. Het geldt echter alleen voor ongecultiveerd land; tuinen, weilanden en privéterreinen vallen hier natuurlijk niet onder.

De essentie van wildkamperen is simpel: laat geen spoor achter. Wanneer je vertrekt, moet de plek eruitzien alsof er niemand is geweest. Dat betekent afval meenemen, zorgvuldig omgaan met waterbronnen en de natuur met respect behandelen.

Dag 1:  Bolsward → Eemshaven (130 km)

De eerste dag van onze reis begint misschien niet bijzonder spectaculair, maar wel vol voorpret. Vanuit Bolsward vertrekken we in alle vroegte richting de Eemshaven. Het is geen lange rit, maar wél een rit die strak in de planning zit: de veerboot wacht niet. In plaats van de snelste route te nemen, kiezen we bewust voor een rustigere weg door het landschap, want ook een vertrek dag mag mooi beginnen.

Onze geplande tussenstop is Lauwersoog. Een kop koffie en een portie kibbeling zorgen voor het eerste vakantiegevoel, en tegelijkertijd een kleine opwarming voor wat Noorwegen ons straks culinair én qua sfeer te bieden heeft. Met hernieuwde energie rijden we verder naar de haven, waar we ruim op tijd arriveren.

We blijken niet de enigen. De parkeerplaatsen en wachtrijen vullen zich snel met motorrijders die allemaal dezelfde overtocht maken. De sfeer is gemoedelijk; iedereen kijkt uit naar het avontuur aan de overkant. De douanecontrole verloopt soepel: ticket laten zien, paspoort tonen, hutpassen ontvangen en we kunnen aansluiten in de rij voor motorrijders.

Als motorrijder ga je niet als eerste aan boord. Integendeel, motoren worden als laatste aan boord gelaten om de overgebleven ruimtes op te vullen. Het vastzetten van de motor doe je zelf, al lopen de medewerkers van het schip daarna nog een ronde om alles extra te zekeren. Een geruststellende gedachte wanneer je weet dat de Noordzee af en toe ruig kan zijn.

Zodra de motor staat, zoeken we onze hut op. Het voelt luxe om onze reis op deze manier te beginnen. We haasten ons naar het zonnedek om de afvaart mee te maken—een fijne traditie die het echte gevoel van vertrekken markeert. Daarna maken we een verkenningsronde door het schip, langs winkels, bars en restaurants die ons de komende uren zullen vermaken.

We hebben gekozen voor een arrangement mét dinerbuffet, een prima beslissing. Onbeperkt eten en drankjes inbegrepen, met panoramisch uitzicht over zee: het klinkt misschien simpel, maar het voelt als de perfecte start van onze vakantie. Terwijl we van het buffet genieten, bespreken we nog eens onze route en dromen we over de fjorden, de watervallen en de bergwegen die ons te wachten staan.

Zoals op de meeste veerboten liggen de prijzen voor eten en drinken aan boord hoger dan normaal. Daarom hebben we ervoor gekozen ons eigen ontbijt mee te nemen, het scheelt aanzienlijk en past beter bij wat we ’s ochtends gewend zijn. Een kleine tip voor wie dezelfde reis plant: met een beetje voorbereiding kun je veel besparen, zonder aan comfort of plezier in te leveren.

Met een volle maag, een prettige hut en een hoofd vol verwachtingen sluiten we onze eerste reisdag af. Morgen staat Noorwegen op ons te wachten, en daarmee het echte begin van ons motoravontuur.

Dag 2: Kristiansand → Jøpeland (260 km)

Na onze overnachting aan boord verloopt het van boord gaan verrassend vlot. Dit keer zijn de motorrijders juist wél vroeg aan de beurt: we worden als een van de eersten van het schip geleid. Zodra we Kristiansand uitrijden, zoeken we het vertrekpunt van onze route en al snel beseffen we dat verdwalen in Noorwegen waarschijnlijk geen uitzondering zal zijn. De lucht is donker, de regen valt gestaag en tijdens de overtocht zagen we al imponerende onweersbuien langs ons heen trekken. Niet bepaald een zachte landing.

Ons eerste doel is duidelijk: de Preikestolen. Maar al in de eerste kilometers worden we via smalle binnenweggetjes gestuurd. Tot onze verbazing komen we terecht op onverharde stukken. Niet zomaar gravelpaden, maar een soort rood, doorweekt moddergrind dat zich als een dikke laag aan onze banden hecht. Het zorgt voor minder grip en voor het eerste echte technisch uitdagende motorwerk van deze reis.

Hoewel het avontuur ergens ook mooi is, besluiten we toch dat deze wegen te veel tijd kosten én te riskant zijn. De route moet worden aangepast. Alle rij modi van de motor zijn in elk geval getest,of dat nu vrijwillig was of niet, laat ik even in het midden.

Verandering van koers

Het andere nadeel van de smalle, slingerende en soms doodlopende wegen is dat het tempo flink omlaag gaat. Als we dit ritme volhouden, halen we onze geplande etappes nooit. Gelukkig biedt de TomTom Rider uitkomst: de route wordt herberekend en we kunnen verder over beter begaanbare wegen. Onderweg ontdekken we meteen twee typisch Noorse elementen: tunnels en veerboten.

Veel tunnels, om precies te zijn. En bijna evenveel veerdiensten. Met de motor betaal je meestal tol voor de overtocht. Soms contant, soms wordt er simpelweg een foto van het kenteken gemaakt waarna de rekening automatisch thuis op de mat valt. Handig, al tikt het bij elkaar natuurlijk wel wat aan.

Hoe verder we naar het noorden rijden, hoe indrukwekkender het landschap wordt. De bergen langs de fjorden worden hoger, steiler en ruiger. Nog niet de ansichtkaart-perfectie die Noorwegen zo beroemd maakt, maar zeker al het soort landschap waar elke bocht een kleine uitdaging is. Een voorproefje van wat ons de komende dagen te wachten staat.

Ondanks ons late vertrek uit Kristiansand, en ondanks het voortdurende miezerige weer waardoor we minder vaak pauzeren, leggen we vandaag toch een mooie afstand af. Daarmee sluiten we deze eerste volledige motorrit in Noorwegen af met het gevoel dat het avontuur nu écht begonnen is.

Dag 3: Jørpeland → Hildal (212,5 km)

Vandaag stond een van de absolute hoogtepunten van onze reis op de planning: de wandeling naar de Preikestolen. Helaas werkt het Noorse weer niet mee. Terwijl elders in Europa de zomer losbarst, blijft de westkust van Noorwegen hangen in regen en lage wolken. Het heeft de hele nacht geregend en ook vandaag ziet het er niet naar uit dat het zal opklaren.

Na overleg met het receptieteam van de camping besluiten we verstandig te zijn: de beklimming wordt geannuleerd. In deze omstandigheden wordt het klimmen afgeraden, zeker voor minder ervaren wandelaars. Bovendien zouden de dikke wolken elk uitzicht op de Lysefjord volledig wegnemen. De Preikestolen, een majestueuze klif die 604 meter boven de fjord uittorent, bewaren we dus voor een later moment, mocht het weer onderweg verbeteren.

Gelukkig is het op het moment van inpakken even droog, dus met frisse moed trekken we onze regenkleding weer aan. Die zullen we de komende dagen hard nodig hebben.

Regenkleding en realiteit

Voor deze reis hebben we bewust geïnvesteerd in extra regenkleding. Onze motorpakken zijn weliswaar waterdicht, maar wie de hele dag in regen rijdt, weet dat elk pak uiteindelijk zwaar en koud wordt. Daarbij wil je geen doorweekt motorpak in een tent leggen: nat erin is nat eruit. Deze keuze blijkt goud waard te zijn, comfort is misschien wel het belangrijkste op een lange reis als deze.

Route Jørpeland → Hildal

Vandaag volgen we een route via Hjelmeland, waar we de veerboot naar Nesvik nemen. Daarna rijden we verder richting Sand, Røldal en uiteindelijk Hildal. Het begin van de dag verloopt vrij eenvoudig, althans naar Noorse maatstaven. Maar vanaf de overtocht naar Nesvik verandert het landschap langzaam in het ruige Noorwegen dat we in gedachten hadden: hogere bergen, meer hoogteverschillen en op de toppen steeds meer plakken eeuwige sneeuw.

Elke tunnel, elke bocht, elk uitzicht opent een nieuwe wereld. We stoppen slechts een paar keer, het blijft regenachtig en de benzineprijzen zetten niet bepaald aan tot extra omwegen. De koffie bij de meeste benzinestations daarentegen is verrassend betaalbaar, en op een kille dag als deze voelt zo’n warme mok als een klein geluksmoment.

Røldal: charmant, maar vol

Het pittoreske Røldal vormt het volgende hoogtepunt van de dag. Dit kleine dorpje met ongeveer 600 inwoners staat bekend om zijn staafkerk, geitenkaas en de enorme hoeveelheden sneeuw die in de winter neerdaalt. Het is bovendien een populair startpunt voor trektochten op de Hardangervidda. Dat verklaart meteen waarom alle hutten op de drie lokale campings volgeboekt zijn.

Het is even zoeken naar een slaapplek, maar het avontuur hoort erbij. We rijden verder, door steeds indrukwekkender landschap, ruige rotsformaties, steile bergwanden en rivieren die als zilveren linten door smalle valleien stromen. Soms rijden we letterlijk tussen twee muren van natuurgeweld door. Zelfs na eerdere wandel-, fiets- en autovakanties in Noorwegen blijft dit land me verbazen. Op de motor is de ervaring nog intenser.

Låtefossen: de tweelingwaterval

Niet ver van Skare bereiken we Låtefossen, een spectaculaire tweelingwaterval die zo’n 165 meter naar beneden dondert. Twee afzonderlijke waterstromen vallen vanuit het Lotevatnet naar beneden en komen onderaan weer samen, net voor de oude stenen boogbrug. Het geheel wordt gevoed door smeltwater van de westkant van de Hardangervidda en is het indrukwekkendst in lente en zomer. Het is dan ook geen verrassing dat deze waterval een populaire stop is.

Zelfs met regen en mist blijft Låtefossen een machtig gezicht.

Dag 4: Hildal → Botnen Camping (290 km)

Vandaag begon opnieuw met regen, niet onverwacht in dit deel van Noorwegen, maar ondertussen zijn we eraan gewend. De druppels tikken gestaag op het vizier en zo nu en dan zorgt condens in de helm voor wat kleine ongemakken, maar het hoort bij het avontuur. Bovendien laten we ons humeur er niet door beïnvloeden; met de juiste kleding en instelling blijft rijden in de regen verrassend prettig.

Het hoogtepunt van vandaag is de Steinsdalsfossen, een van de bekendste watervallen van Noorwegen. Maar voordat we daar aankomen, wacht er eerst een prachtige route vol bochten en smalle wegen. We merken al snel dat dit zo’n dag is waarop je eerst even moet “inspelen” op het stuurwerk, voordat je het motorblok echt aan het werk kunt zetten. De wegen slingeren door ruig landschap, langs steile wanden en diepe dalen—spectaculair en adembenemend.

Opvallend genoeg komen we onderweg nauwelijks Noorse motorrijders tegen. Ook motorzaken of servicepunten zijn hier zeldzaam, zelfs langs de toeristische routes. Het blijft iets om rekening mee te houden wanneer je in Noorwegen rijdt: tank op tijd, en zorg dat je uitrusting in orde is.

 Steinsdalsfossen: doorlopen achter de waterval

Bij Norheimsund bereiken we de imposante Steinsdalsfossen. Wat deze 50 meter hoge waterval zo bijzonder maakt, is dat je er veilig en volledig droog achterlangs kunt lopen. Via een kort, verhard pad loop je vanaf de parkeerplaats onder de overhangende rots door, met voor je het neerstortende water. Ondanks het regenachtige weer is dit een plek die nooit teleurstelt. Het gesteente, de kracht van het water en het donderende geluid geven een indrukwekkende kijk achter de schermen van de natuur.

De waterval is gemakkelijk te bereiken en ligt direct naast de weg, op een toeristische route die bekendstaat als de National Tourist Route Hardanger. Niet voor niets is het een van de meest bezochte watervallen van het land.

Eindpunt Botnen Camping

Na onze stop rijden we verder door een landschap waarin regen en wolken voortdurend nieuwe tinten grijs en groen schilderen. Het zicht verandert soms per minuut; dat maakt de rit intens en mooi tegelijk.

Vandaag hadden we “heel goed weer om motor te rijden” , dat soort typisch Noors understatement waarmee motorrijders toegeven dat nat weer eigenlijk ontzettend leuk kan zijn.Aan het einde van de middag arriveren we bij Botnen Camping, waar we voor een redelijke prijs een hutje weten te huren. Een warme, droge plek na een lange dag rijden voelt als pure luxe. Met zicht op het water en de bergen sluiten we de dag tevreden af.

Ondanks de regen was dit opnieuw een prachtige motorrit vol bochten, uitzichten en natuurgeweld. En dat maakt deze reis dag na dag de moeite waard.

Dag 5: Botnen Camping → Stryn (270 km)

Vandaag start opnieuw met regen, al zijn er gelukkig ook af en toe droge periodes. Met frisse moed pakken we onze motoren in en vertrekken vanaf Botnen Camping richting Brekke, vanwaar we de veerboot nemen naar Lavik. De route die volgt kronkelt prachtig door het Noorse landschap: smalle bergwegen, diepe dalen en de constante aanwezigheid van water en bergen maken elke bocht een klein avontuur.

Ons vaste ritueel van tanken en koffiepauzes komt vandaag langs Sande, Vassenden, Skei en Loen. Loen is druk, vooral vanwege de nabijgelegen gletsjers, maar daar hebben wij vooraf een slimme keuze gemaakt: we rijden naar Kjenndalsbreen, een van de minder bezochte gletsjerarmen. Het smalle, oude bergweggetje voelt avontuurlijk aan; de vangrails lijken rechtstreeks uit de Napoleontische tijd te komen. Voor motorrijders die van uitdagende routes houden, is deze weg een absolute aanrader.

Kjenndalsbreen: een rustig gletsjerparadijs

Kjenndalsbreen is de minst bekende van de vier beroemde gletsjerarmen in deze regio (naast Nigardsbreen, Briksdalsbreen en Bødalsbreen). Juist daarom kozen wij ervoor: de afgelegen ligging en het smalle pad zorgen voor een rustig bezoek, zonder toeristische drukte.

De gletsjer ligt ten zuiden van Lovatnet, bij Loen, in Sogn og Fjordane. Je kunt de wandeling naar de voet van de gletsjer maken, een tocht van ongeveer drie kwartier door de vallei. Wij besloten een deel met de motor af te leggen, waarna we binnen tien minuten bij de voet van de gletsjer stonden. Een perfect compromis: avontuur én gemak.

Het uitzicht is indrukwekkend, maar het zet ook aan tot nadenken. De gletsjerarm is de afgelopen decennia aanzienlijk teruggetrokken, een duidelijk bewijs van klimaatverandering. Tussen 1980 en 1997 groeide de arm nog 300 meter, maar sindsdien krimpt hij juist. Vergelijk je historische foto’s met die van nu, dan wordt het pijnlijk duidelijk dat onze natuur onder druk staat.

Rit naar Stryn

Na ons bezoek aan Kjenndalsbreen vervolgen we onze route naar Stryn. Ondanks het wisselvallige weer voelt het rijden met onze regenpakken comfortabel en droog. Het enige nadeel is dat we niet vaak langere stops kunnen maken om het landschap uitgebreid in ons op te nemen, maar elke bocht, tunnel en fjordcompensatie geeft voldoende uitzicht om volop te genieten.

We sluiten de dag af in Stryn, tevreden over een rit die niet alleen motorisch uitdagend was, maar ook visueel adembenemend. Regen of geen regen: Noorwegen blijft verrassen met zijn ruige bergen, smalle wegen en verborgen natuurparels.

Dag 6: Stryn → Bjolstad (196 km)

We begonnen de dag met redelijk weer: veel laaghangende bewolking, maar gelukkig was het regelmatig droog. Onze spullen hadden we de nacht ervoor in de droogkamer van de camping kunnen laten drogen, wat een groot gemak was. De route van vandaag beloofde spectaculair te worden, met veel beklimmingen en indrukwekkende uitzichten.

Als eerste ontdekten we een zijweg naar het skioord Videseter. Hoewel dit aan een doodlopende weg ligt, was het zeker de moeite waard om erheen te rijden. In de winter is dit een drukbezet hotel, bereikbaar via veel haarspeldbochten. In de zomer geniet het gebied vooral bekendheid bij Noorse wandelaars.

Na het passeren van de Oppljostentunnel vanaf de Riksvei 15 sloegen we linksaf de 63 op. Hier reden we voor het eerst door een sneeuwlandschap, met nog grotendeels bevroren meren. De Oppljostentunnel is 4.537 meter lang, enkelbuizig, relatief smal en zonder middenstreep. Met een maximumsnelheid van 70 km/h verbindt de tunnel het Nordfjordgebied met de dalen van Oppland. De tunnel ligt op 943 meter boven zeeniveau en is één van de hoogstgelegen langere tunnels van Noorwegen.

We vervolgden onze weg richting Dalsnibba, de hoogste top die met de auto of motor in Noorwegen bereikbaar is. Voor deze rit wordt tol geheven, ongeveer €15,-. Door de laaghangende wolken konden we echter nauwelijks iets zien. Het was spannend rijden op sommige delen van de weg, waar geen vangrails waren. Ondanks het mistige uitzicht bereikten we het hoogste punt van onze reis.

Dalsnibba ligt aan het einde van de Geiranger-vallei, ongeveer 7 km ten zuiden van Geiranger en het Geirangerfjord. Het Djupvatnet-meer van 2 km² ligt direct ten zuidoosten van de berg. Vanaf de zuidkant loopt de tolweg Nibbevegen, een 21 km lange privéweg beheerd door Geiranger Skysslag. De bergtop wordt in de zomer vaak bedekt door sneeuw.

Na het afdalen van Dalsnibba kregen we onder de wolken zicht op het indrukwekkende Geirangerfjord. Lager gelegen uitzichtpunten boden adembenemende panorama’s van de fjord, met bekende watervallen zoals De zeven zusters, Brudesløret en Friaren. Andere indrukwekkende plekken onderweg zijn Storsæterfossen, waar je onderdoor kunt lopen, en Flydalsjuvet, een rotsachtig uitkijkpunt met zicht over de fjord.

Het was een dag vol bochten, bergen en spectaculaire uitzichten, met temperaturen van ongeveer 4°C in de bergen en 14°C in de dalen. Gelukkig klaarde het in de middag op, waardoor we droog verder konden rijden. We eindigden de dag in Bjolstad, waar we vanwege de koude nachten een hutje huurden. Al met al was het een avontuurlijke dag vol hoogtepunten en indrukwekkende natuur.

 

Dag 7: Bjolstad → Furuly Camping (366 km)

Vandaag stond misschien wel de meest indrukwekkende etappe van onze hele Noorwegenreis op het programma. Een dag vol hoogtepunten, letterlijk en figuurlijk. We zouden de Atlantic Road, het noordelijkste punt van onze route bij Kristiansund, de legendarische Trollstigen, het Geirangerfjord én opnieuw de Dalsnibba aandoen, dit keer met helder weer. En alsof dat nog niet genoeg was, toonde het weer zich vanaf dit punt van zijn beste kant: geen regen meer en steeds betere vooruitzichten. Perfect motorweer dus.

Atlantic Road

We begonnen met de beroemde Atlantic Road (Atlanterhavsveien), een 8,3 kilometer lange weg die de eilanden van Averøy met Vevang verbindt. De route slingert over acht bruggen, gebouwd tussen 1983 en 1989, in een periode waarin het gebied twaalf orkanen te verduren kreeg. Hoewel we hoge verwachtingen hadden, viel de ervaring ons een beetje tegen, mogelijk komt de echte magie pas naar voren bij stormachtig weer, wanneer de golven tegen de bruggen beuken. Na een korte stop en een handtekening op ons T-shirt reden we door richting Kristiansund.

Kristiansund

Kristiansund, een havenstadje met veel activiteit rondom de bevoorrading van boorplatforms, markeert het noordelijkste punt van onze reis. Vanaf hier zetten we koers naar het zuiden, richting Molde en vervolgens Åndalsnes, waar het volgende hoogtepunt op ons wachtte.

Trollstigen

De Trollstigen, onderdeel van weg nummer 63, is een kronkelende bergweg van ongeveer 20 km met elf haarspeldbochten en een hellingspercentage van 9%. Dit meesterwerk van Noorse wegenbouw werd geopend in 1936 en is sindsdien uitgegroeid tot een iconische toeristische route.

Geiranger en Dalsnibba (met helder weer!)

Na Trollstigen reden we opnieuw richting Geiranger, ditmaal vanuit de tegenovergestelde richting van gisteren. Het weer was stralend, dus we stopten nog even bij Flydalsjuvet, een indrukwekkend uitzichtpunt met een spectaculair panorama over het Geirangerfjord.

Daarna begonnen we opnieuw aan de klim naar Dalsnibba. Wat gisteren in de mist verborgen bleef, ontvouwde zich nu in volle glorie. Vanaf de top hadden we een perfect zicht op het zo’n 1600 meter lager gelegen Geirangerfjord. De besneeuwde toppen, het diepblauwe water en de indrukwekkende hoogteverschillen maakten dit moment misschien wel het absolute hoogtepunt van de dag.

Dag 8: Furuly Camping → Lærdal (198 km)

Vandaag stond een kortere maar indrukwekkende rit op het programma, dwars door het hart van het Jotunheimen Nationaal Park. Dit gebied van ruim 1150 km² omvat het hoogste gebergte van Noorwegen, met meer dan 250 toppen boven de 1900 meter, waaronder de Galdhøpiggen (2469 m) en Glittertind (2465 m). Het park ligt in de provincies Innlandet en Vestland en vormt een leefgebied voor rendieren, elanden, herten, wolven en lynxen. In het dorp Lom vind je bovendien het Norsk Fjellmuseum, waar je alles te weten kunt komen over de geschiedenis, geologie en natuur van Jotunheimen.

Door de Jotunheimen

Onze route begon in het sfeervolle Lom en voerde ons vervolgens via een prachtige bergweg het Jotunheimengebergte in. Helaas hing de bewolking laag, waardoor we al snel weer in het regenpak zaten. Ondanks het grijze weer blijft dit een bijzonder gebied, populair bij bergwandelaars die hier vanuit hut naar hut trekken of vanuit het Krossbu Hotel hun routes starten. De natuur is ruig, open en totaal anders dan thuis, juist dat maakt het zo speciaal om hier te rijden.

Na een lange afdaling bereikten we het dorp Fortun, een geliefde plek onder wandelaars, al hadden wij dat in eerste instantie helemaal niet door. Toch genoten we intens van het prachtige uitzicht tijdens de afdaling.

Langs het Sognefjord

Vanaf Fortun volgden we de kustlijn van het indrukwekkende Sognefjord, het grootste fjord van Noorwegen. Het landschap wordt hier nog grootser, met steile bergwanden en water dat diep de aarde insnijdt. Ons volgende doel was de route over het Aurlandsfjellet, de oude verbindingsweg tussen Lærdal en Aurland. Tegenwoordig is er een moderne tunnel die deze plaatsen met elkaar verbindt ,de langste autowegtunnel van Noorwegen, maar wij kozen voor de oude bergweg, die veel mooier en landschappelijker is.

Kaupanger-staafkerk

Onderweg passeerden we het dorpje Kaupanger, waar aan het einde van een rustige doodlopende weg de Kaupanger stavkyrkje staat, de grootste staafkerk van de regio Vestland. De kerk dateert van rond 1140 en biedt plaats aan zo’n 125 mensen. Het houten gebouw wordt gedragen door maar liefst 22 kolommen, meer dan in welke Noorse staafkerk dan ook. Opvallend was dat er geen enkele toerist te bekennen was, in tegenstelling tot de drukkere staafkerken die we eerder bezochten. Een serene, bijna tijdloze plek.

Aankomst in Lærdal

Onze bestemming voor vandaag was Lærdal, waar we zouden gaan kamperen. Omdat het weerbericht aangaf dat het morgen flink zou opklaren, besloten we vandaag niet opnieuw de bergen in te trekken om te vermijden dat we vast zouden lopen in de laaghangende bewolking.

Vanaf vandaag zouden we weer in onze tenten slapen, gelukkig was het droog en aangenaam van temperatuur. Vanuit onze tent hadden we bovendien een prachtig uitzicht over het majestueuze Sognefjord. Een rustige afsluiting van een sfeervolle dag.

Dag 9: Lærdal → Rollag (313 km)

We beginnen de dag met een uitstapje naar Borgund, waar de oudste en bekendste staafkerk van Noorwegen staat. De Borgund stavkyrkje, gewijd aan Sint-Andreas, werd rond 1150 gebouwd en is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Tijdens opgravingen ontdekte men onder de vloer resten van een oudere kerk of zelfs een heidense tempel, maar de huidige staafkerk is vrijwel nog volledig origineel, zonder metalen onderdelen zoals spijkers. Het is niet voor niets de meest iconische van de 28 overgebleven Noorse staafkerken, en zeker een omweg waard.

Aurlandsfjellet: de oude weg boven de Lærdalstunnel

Na ons bezoek aan Borgund keren we terug naar Lærdal en nemen we opnieuw de oude bergweg naar Aurland, het spectaculaire Aurlandsfjellet. Deze route loopt hoog boven de moderne Lærdalstunnel en is voor motorrijders absoluut een aanrader. Het eerste deel slingert langs het fjord over een smalle weg, waarna de route steil omhoog klimt. De stijgende stukken worden met elkaar verbonden door korte, oude tunnels; één daarvan loopt zelfs in een spiraal omhoog, een technisch hoogstandje uit vervlogen tijden.

Op het bergplateau aangekomen rijden we tussen sneeuwvelden en kleine ijsmeertjes. Het landschap is ruig en indrukwekkend. Aan het einde van het plateau volgt een prachtige afdaling via smalle, bochtige wegen met steeds weer uitzicht over het schitterende Aurlandfjord.

Voordat de afdaling begint, stoppen we bij het beroemde Stegastein-uitkijkpunt, een houten constructie die als een skischans hoog boven het fjord uitsteekt. Het is een van de mooiste uitzichtpunten van Noorwegen. Het helderblauwe water diep onder je maakt dit een plek die je nooit vergeet. Tijdens de afdaling moeten we geregeld aan de kant voor tegemoetkomend verkeer, zelfs op de motor blijft het hier opletten.

Door Hallingskarvet naar Rollag

Na Aurland vervolgen we onze weg door het indrukwekkende Hallingskarvet Nationaal Park, richting Geilo. Het landschap verandert langzaam: de ruige bergwereld maakt plaats voor bossen, meren en open valleien.

Wanneer we aankomen in Rollag, voelt het ineens alsof we in een andere klimaatzone zijn beland. Het is inmiddels korte-broekenweer. We moeten even in onze bagage graven om onze warme motorlagen om te ruilen voor iets luchtigers. Op de camping genieten we van de onverwachte warmte, een heerlijke afwisseling na dagen regen en mist.

Dag 10: Rollag → Gjøvik (311 km)

Vandaag zetten we koers naar het oosten, richting Lillehammer, waar we een bezoek brengen aan het oude olympische terrein. We nemen een kijkje bij het stadion en het olympisch dorp. Hoewel het complex een beetje aan vergane glorie doet denken, is het schansspringcentrum nog altijd in uitstekende staat en wordt het in de winter gebruikt voor internationale wedstrijden.

De gebouwen van het olympisch dorp, waar tijdens de Spelen de atleten verbleven, zijn goed onderhouden en lijken nog steeds bewoond. Het stadion daarentegen oogt wat verwaarloosd; we kunnen niet goed achterhalen of het nog gebruikt wordt of vooral dienstdoet als opslag.

De route zelf is prachtig, al verandert het karakter van het landschap. De hoge bergen liggen inmiddels achter ons, waardoor de wegen geleidelijk heuvelachtiger worden en minder bochtig. We merken dat het landschap langzaam overgaat in vriendelijker terrein, met bredere valleien en uitgestrekte bossen.

Het vinden van een camping blijkt vandaag lastiger dan gedacht. Verschillende campings in de omgeving blijken permanent gesloten te zijn. Gelukkig vinden we uiteindelijk een grote, moderne camping bij Gjøvik, waar we onze tent opzetten en de dag in alle rust afsluiten.

Dag 11: Gjøvik → Utvika (208 km)

Vandaag zetten we onze tocht voort richting het zuiden, maar eerst maken we een omweg naar Hamar, waar we het indrukwekkende Vikingskipet bezoeken. Deze iconische, overdekte ijsbaan, gebouwd voor de Olympische Winterspelen van 1994, is een bijzonder architectonisch bouwwerk dat zowel sportief als historisch aanzien geniet. Het enorme houten dak, dat de vorm van een omgekeerd Vikingschip symboliseert, blijft een fascinerend staaltje Noorse bouwkunst.

Na het bezoek aan Hamar rijden we verder richting de kust en merken we hoe het landschap langzaam verandert. De bergen maken plaats voor glooiende heuvels en uiteindelijk voor de eerste contouren van de scherenkust. We vinden een rustige camping in Utvika, waar we aan het water kunnen genieten van de serene avond.

Dag 12: Utvika → Langesund (198 km)

Vandaag bereiken we de beroemde scherenkust, die zich uitstrekt als een eindeloze verzameling kleine, afgeronde rotsachtige eilanden. Deze ‘skerries’ zijn gevormd door de gletsjers van de ijstijden en door de eeuwenlange stijging van het land nadat de ijskap was verdwenen. De gladde, gepolijste rotsformaties vertellen hun geologische geschiedenis zichtbaar aan iedere bezoeker.

We rijden door kleine kustdorpjes waar het leven rustig voortkabbelt. De omgeving is minder rauw dan de fjordenregio’s in het noorden, maar het spel van zon, zee en rotsen maakt deze kustlijn minstens zo betoverend. Onze overnachting in Langesund biedt een prachtig uitzicht over het water en is de perfecte plek om de sfeer van deze unieke kuststreek in ons op te nemen.

Dag 13: Langesund → Kristiansand (275 km)

Het is hoogseizoen in Noorwegen en dat merken we direct. De campings langs de kust zijn druk en de prijzen soms meer dan het drievoudige van wat we eerder betaalden. Hoewel we weinig zin hebben in zulke bedragen, geeft het ons wel een goed excuus om verder te rijden en nog meer mooie plekjes te ontdekken.

De route langs de zuidelijke kust is heerlijk om te toeren, zeker nu het weer ons gunstig gezind is. Toch merken we dat niets op kan tegen de schoonheid van de hoge fjorden die we eerder zagen. Noorwegen blijft verbazen, maar de fjorden zetten voor ons toch echt de standaard.

We bereiken Kristiansand, waar we een camping vinden voor de laatste overnachting van onze reis. Het voelt als de laatste bladzijde van een avontuur dat veel te snel voorbij is gegaan.

Dag 14: Kristiansand → Veerboot (70 km)

Op onze laatste dag maken we nog een kleine rondrit rondom Kristiansand. Het is een ontspannen rit, meer om afscheid te nemen van de Noorse wegen dan om nog iets nieuws te ontdekken. Zodra we bij de terminal aankomen, begint het bekende ritueel: wachten. En we zijn niet de enigen – tientallen motorrijders verzamelen zich, klaar voor de overtocht. Zoals altijd mogen de motoren als laatste aan boord.

Met de motor vastgesjord en de laadklep opgehaald is het moment daar: de reis zit er bijna op.

Einde van de reis, maar niet van het avontuur

Wat blijft zijn de herinneringen:

De imposante fjorden, de steile bergpassen, de kletterende watervallen, de eindeloze kronkelwegen en de magie van rijden dwars door de natuur. Het gevoel van vrijheid dat je alleen op de motor ervaart, is onmogelijk in woorden te vatten, maar onderweg voel je het bij elke bocht, elke klim en elke nieuwe horizon.

Deze reis door Noorwegen heeft mij meer gegeven dan kilometers en foto’s. Het heeft mij verlangen gegeven naar meer. Er wacht nog een wereld vol nieuwe motoravonturen, ruig, onbekend, spectaculair.

Waar de volgende reis naartoe gaat?

Dat weet ik nog niet.

Maar één ding is zeker:

Hij zal minstens zo onvergetelijk zijn als deze prachtige motorreis door Noorwegen.